Introductie
INTRODUCTIE

Ik ben Rob van der Ark en ben 61 jaar. Ik ben geboren te 's-Gravenhage.
Mijn vader had daar een aannemersbedrijf en woonde boven de zaak. Op het platdak van zijn bovenwoning hield hij sierduiven op een, zoals ze het
noemen, een duivenplatje. Hij had diverse soorten sierduiven. Het duivenbloed heb ik dus in de aderen meegekregen van mijn vader. Vanuit ’s-Gravenhage verhuisden wij naar Apeldoorn. Op 12 jarige leeftijd kreeg ik daar mijn eerste koppel duiven. Dat betroffen een blauwband kropper en een witte pauwstaart duivin. In een kleine ren mocht ik ze gaan houden. Hun nachthok was destijds een sinaasappelkistje.
Het was een hele ervaring toen ik voor het eerst de doffer op een morgen los liet. Ik ging naar mijn school aan de Graanweg te Apeldoorn en nadat de lessen waren afgelopen ging ik als de weerga naar huis om te kijken of de doffer er nog was. Thuisgekomen zag ik, dat de doffer op het dak van het huis zat. En toen maar proberen hem voor de eerste keer binnen te krijgen via de valplank. Het duurde wel enkele uren maar gelukkig liep hij binnen. De volgende dag liet ik de duivin los en ook die was snel gewend. De eerste eitjes van dit koppel uit te zien komen was een hele ervaring om te zien. Nu nog is het prachtig om te zien als de jongen van mijn huidige duiven uit hun eitje kruipen en te zien hoe snel ze groeien tot mooie jonge duiven.
Via een schoolvriend die schuin achter mij woonde, kwam ik in aanraking met de postduivensport. Zijn vader had een groot hok dat op palen was geplaatst. Het was een prachtig hok met diverse afdelingen. Ik ben diverse malen bij hem wezen kijken naar de thuiskomst van de duiven.

Na veel gezeur bij mijn ouders mocht ik de sierduiven ruilen voor postduiven en werd er achter in de tuin een hokje op de grond gezet. Een hokje van 3 meter en voorzien van golfplaten. Het hok stond gewoon op het zand. Ik mocht lid worden van Postduivenvereniging “ de Eendracht ”, gelegen aan de Eendrachtstraat in Apeldoorn. De voorzitter destijds was Ab Bolsenbroek.
Enkele jaren later verhuisde mijn ouders naar de Hescheweg in Apeldoorn en betrokken daar een vrijstaande woning. Opnieuw werd er een duivenhok aan het eind van de tuin gebouwd. Dit was een klein hokje op palen. Het ramen bestonden uit glas en loodramen. Ik had 8 sinaasappelkistjes als broedhokken tegen de achterwand gestapeld. Het was daar, dat ik als 14 jarige de 1e prijs in de A.C.C. speelde. Ik meen, dat wij toen Heverlee vlogen maar dat weet ik niet zeker meer. Mijn klok was een gehuurde Jundus van een verhuurbedrijfje uit Utrecht.
Veel kan ik mij van de vluchten niet meer herinneren uit die tijd. Wel weet ik nog, dat wij vanuit Bordeaux een vlucht hadden, waar ik ook een paar duiven mee had. Op de dag dat de duiven thuis moesten komen, viel de regen met bakken uit de lucht en was het heel erg donker weer. Vanuit het keukenraam stond ik naar mijn hok te kijken en zowaar, mijn rode 38, soort de Scheermacker uit Belgie, stormde vanuit het luchtruim op de klep. In de stromende regen rende ik naar het hok om de gummy van de poot te halen en te klokken. Ik moest hem melden en het bleek een hele vroege te zijn. Ik meende, dat ik toen de 5e in de Kring A.C.C. speelde.
Ja en dan komt de dienstplicht en wat doe je dan. Ik besloot bij de Koninklijke Marechaussee te gaan en nadat ik gekeurd was en goed was bevonden ging ik in opleiding op de Willem III kazerne te Apeldoorn. Zo was ik toch nog dicht bij mijn duiven. De kazerne lag niet te ver weg van onze woning en ik nam iedere vrij moment waar om even langs huis te gaan om bij de duiven te kunnen zijn. In 1971 solliciteerde ik bij de Gemeentepolitie te Oss en na te zijn aangenomen verhuisde ik naar Oss.
In 1978 kocht ik een huis aan de Broekstraat te Berghem, thans gemeente Oss. Achter het huis werd een hok gezet van 10 meter lengte. Eindelijk kon ik de duivensport weer oppakken. Gedurende de daarop volgende jaren werd er met wisselend succes gespeeld op dit hok.
In 1993 kwam ik te wonen in mijn huidige woning in de wijk, de Kortfoort, in Oss. In de eerste jaren vlogen mijn duiven en met name de jonge duiven de pannen van het dak en speelde ik op Nationaal Orleans van de 22 gezette duiven er 18 in de prijzen. Dat leverde nog een vermelding op in het NPO orgaan.

Enkel jaren geleden kwam een bekende duivenmelker t.w. Henk van Orsouw uit het ´t Vierhuukske te overlijden en kon ik van zijn familie het prachtige hok van 10 meter lengte, voorzien van 5 afdelingen met 48 broedhokken en 20 loketkastjes voor de jonge duiven overnemen. Het betrof een hok, dat was gebouwd door de Firma Buitenhuis. Thans heb ik het hok voorzien van 4 HABRU spoetniks en een verrijdbare ren.
|